Met liefde bereid...
Hieronder tref je een algemene beschrijving. Klik op de voorstelling voor specifieke informatie.
Wat momenteel de hipste trend is onder culinaire liefhebbers, was eeuwenlang de normaalste zaak van de wereld: het eten en drinken van streekproducten. Tot rond 1900 bestond het dieet van de Utrechter voornamelijk uit producten uit de eigen regio. De Utrechters brouwden hun eigen bier, verbouwden allerlei gewassen en kweekten zelfs champignons in de werfkelders. Het Utrechts Archief bezit vele foto's vanaf 1858 die deze geschiedenis tot leven brengen.
Dankzij archeologisch onderzoek weten we veel over de eetgewoonten van Utrechters uit vroegere tijden. Bijvoorbeeld door recente opgravingen van boerderijen uit de Romeinse tijd in Leidsche Rijn. Op het menu van de bewoners stond onder meer rund, schaap, geit en varken, maar ook dieren die nu minder gebruikelijk zijn, zoals snoek en de steur die toen nog in de Utrechtse rivieren zwom.
Abdijen en landerijen
In de middeleeuwen telde Utrecht vele kloosters met bijbehorende landerijen. Het voedsel werd niet alleen buiten, maar ook binnen de stadsmuren geproduceerd. Straatnamen zoals 'Donkere Gaard' en 'Oude Kamp' herinneren ons nog aan de deze gebieden binnen de stadswallen. Vier keer per jaar waren er in jaarmarkten in de stad, waar de Utrechters lokale waren verhandelden tegen goederen uit verre streken, zoals wijn en aardewerk.
De hoveniers
Een groot deel van de groenten en het fruit in Utrecht werd verbouwd door de hoveniers. Bijvoorbeeld in het gebied rond de Minstroom en Abstederdijk. Al op de oudste kaarten van Utrecht uit de zestiende eeuw zijn de boerderijen en hovenierswoningen zichtbaar. Een van deze gebieden (bij de Zonstraat) is zelfs tot op de dag van vandaag in gebruik als tuindergrond. De hoveniers brachten hun waren aan de man op de hoveniersmarkten, waarvan de belangrijkste op het Jacobikerkhof was. Ook verkochten veel hoveniers hun groenten van deur tot deur. Er werd verrassend veel in en rond Utrecht gekweekt: van perziken uit Bunnik tot champignons in de Utrechtse werfkelders.
De veiling op de Croeselaan
Door de afschaffing van tarieven en tollen, verbetering van de infrastructuur en bevolkingsgroei werd de Utrechtse bedrijvigheid vanaf 1860 geleidelijk grootschaliger. Vee, groenten en kaas werden steeds vaker via grote veilingen op het Paardenveld en later aan de Croeselaan verscheept naar alle delen van het land. Ook importeerde de Utrechters zelf steeds meer producten uit het buitenland, vooral na de Tweede Wereldoorlog. De voorheen kleinschalige en zelfvoorzienende Utrechtse markt werd hiermee onderdeel van de wereldwijde im- en exporteconomie.
Bij deze tentoonstelling verscheen de Utrecht agenda 2012, die voorzien is van 52 toepasselijke foto's met bijschriften. U kunt bladeren door de tijd, terugblikkend naar wat was, en vooruitziend op wat nog komen gaat.
genre: expo
Sorry er zijn geen aankomende voorstellingen
Kom alsjeblieft later terug om het opnieuw te proberen

